
UV-gerelateerde processen op de juiste manier uitvoeren (zonder problemen)
De meeste standaard UV-lampen zijn behoorlijk inefficiënt. Ze geven energie overal heen af, waardoor er een groot aantal verschillende lichtstralen worden geproduceerd. Die stralen zijn meestal niet nodig. Wanneer je met specifieke harsen of inktsoorten werkt, is deze “onnodige energie-uitscheiding” gewoon verspilling.
Wij doen dit anders. We maken modulaire systemen die zich richten op één ding: het gebruik van precies het juiste golflengtebereik dat nodig is voor de fotoinitiatoren.
Het trucje om het licht precies te regelen
We stoppen de lamp niet zomaar in een stopcontact en zijn klaar. We controleren de samenstelling van de gassen en de vorm van de elektroden, zodat we precies het gewenste golflengtebereik bereiken.
Waarom is dit belangrijk? Misschien heeft je laag 365 nm nodig om goed tot in het materiaal door te dringen, terwijl je 395 nm nodig hebt om het oppervlak perfect te maken. Met een modulair systeem kun je eenvoudig de lampen verwisselen. Er is geen behoefte om de bedrading uit te halen of het hele apparaat opnieuw te bouwen.
We gebruiken ook kwarts van hoge zuiverheid voor de behuizingen. Dit voorkomt dat het glas de UV-stralen absorbeert, zodat de fotonen rechtstreeks op het product terechtkomen, in plaats van alleen de lamp te verhitten.
Omgaan met de hitte
Onze systemen maken gebruik van een instelbaar frame. Als de snelheid van de productielijn toeneemt, hoef je alleen maar de lengte van de curing-tunnel aan te passen. Simpel.
Er is echter één probleem met hoogintensieve UV-stralen: ze produceren veel infraroodhitte. Als de koeling niet voldoende is, kunnen er bubbels in de hars ontstaan, of er kan zelfs warping optreden in het materiaal. Dat is een groot probleem om op te lossen.
Om dit te voorkomen, hebben we koelmiddelen ingebouwd die de hitte snel wegnemen. We hebben ook de reflectoren zo geplaatst dat de UV-stralen rechtstreeks naar beneden gaan, zodat de zijkanten geen warmte meer afgeven.
Zorgen dat alles goed blijft functioneren
We gebruiken gestandaardiseerde aansluitingen, zodat je geen specialist hoeft te bellen elke keer wanneer een lamp kapot gaat. Je kunt gewoon een nieuwe lamp instoppen en weer verder werken.
Je kunt ook de intensiteit van de lampen aanpassen via de voedingsbronnen. We raden aan om ze niet altijd op 100% te zetten. Het kan de elektroden sneller beschadigen. We raden aan om ze rond de 80% te laten werken. Op deze manier krijg je nog steeds de gewenste prestaties, maar gaan de lampen langer mee. Dit zorgt er ook voor dat je minder ruimte nodig hebt en minder tijd verlies.