
Bij een desinfectierobot die met hoge snelheid werkt, is de cyclusduur het beperkende element. Standaard UVC-verlichting kan wel microben doden, maar de intensiteit van het licht is te laag, waardoor de straling te lang op het oppervlak blijft rusten. Dit verminderd de efficiëntie en veroorzaakt extra kosten. Het probleem ligt niet alleen in de totale dosis, maar ook in de snelheid waarmee de dosis wordt toegediend.
Wat we gebruiken
We gebruiken UVC-lampen met een emissielengte van 254 nm. Deze lampen zijn zo ontworpen dat ze een maximale intensiteit van meer dan 200 mW/cm² kunnen bereiken op een bepaalde afstand tot het te desinfecteren oppervlak. De reflector is gemaakt van aluminium met een dichroïsche laag, zodat we een maximale hoeveelheid fotonen kunnen genereren. De uitvoer van de lamp wordt gemeten met behulp van een traceerbare radiometer. We houden de repetitiebaarheid van de dosis binnen ±5% over de hele lengte van het apparaat. De levensduur van de lamp bedraagt 9.000 uur, met een daling van de uitvoer van minder dan 10% gedurende die tijd. De kwartsomhulling zorgt ervoor dat er geen ozon wordt gegenereerd – belangrijk wanneer de robot in een kleine ruimte werkt.
Waarom het geschikt is voor robottoepassingen
Bij desinfectierobots die worden gebruikt in openbare ruimtes, is het doel eenvoudig: de benodigde desinfectiegraad bereiken in een kort tijdsbestek, zodat de robot snel verder kan gaan. Een hogere intensiteit van het licht verkort de tijd die nodig is om het oppervlak te desinfecteren, zodat de robot sneller kan bewegen en minder vaak hoeft te stoppen.
De lampen zijn compacter van samenstelling en kunnen stevig worden geplaatst, wat belangrijk is wanneer de ruimte waarin de robot werkt beperkt is. Omdat de spectrale uitvoer stabiel blijft, blijft ook de dosisconsistent over verschillende oppervlakten. In praktijk betekent dit kortere cycli, consistente desinfectieresultaten en minder energieverbruik per cyclus.
Technische details
Thermisch beheer is essentieel. Er moet voldoende luchtstroom zijn of er moet goed gekoeld worden, zodat de temperatuur van de componenten binnen de gewenste grenzen blijft. Anders zal de uitvoer van de lamp afnemen en zal de omhulling onder spanning komen te staan. Controleer ook de mechanische afstanden en de alignering van de reflector tijdens de integratie. Zelfs een fout van 2° kan de effectieve intensiteit van het licht aanzienlijk verminderen. Controleer ook of de controller compatibel is met de lampen. De lampen hebben een stroomregelaar nodig die de opening van de boog ondersteunt en veiligheidsmaatregelen biedt. Plan ook regelmatige kalibratie van de radiometer om de nauwkeurigheid van de dosis op lange termijn te behouden.